NL / FR
2Link.be2You.be2News.be2Travel.beAdverteren
Hosting by combell

In de kijker
- Geld lenen zonder vragen
- Top3 Vlaamse datingsites
- Testaankoop



Beelddenken


Geplaatst 26 Augustus 2010, 22:50

'Beelddenken in de praktijk'



Stelt u zich eens voor: U hoort het woord ‘boom’. U kunt dan in gedachten een boom voor u zien: groot, statig, met veel bladeren. Of u kunt de letters van het woord boom (b-oo-m) in gedachten krijgen. Twee geheel verschillende manieren van denken bij het horen van hetzelfde woord.

Taaldenken en beelddenken
De meeste mensen denken voornamelijk verbaal. Dit is in taal (woorden en zinnen). De beelden die zij zien zijn alleen illustratief en ondersteunend voor de manier waarop zij denken. De beelden die ze zien zijn ondergeschikt aan de taal (de woordbeelden) waarin gedacht wordt. Deze manier van verbaal denken kun je ‘taaldenken’ noemen. Er zijn echter ook mensen die de taal (woorden en zinnen) in eerste instantie niet als denktaal gebruiken: ze denken met beelden, oftewel: non-verbaal. Zoals met de boom in bovenstaand voorbeeld. Deze ‘non-verbale’ manier van denken noemen we:  ‘beelddenken’.
Beelddenken is een oorspronkelijk denkproces waarbij visuele, auditieve en zintuiglijke informatie gelijktijdig wordt verwerkt. Het kan omschreven worden als een ruimtelijk denken: het denken in beelden en gebeurtenissen, niet in woorden en begrippen. Beelddenkers zien beelden van situaties en gebeurtenissen, waarin meerdere zaken tegelijkertijd zichtbaar worden. Daardoor overziet de beelddenker snel het geheel en doorziet hij snel de oplossing. Het onder woorden brengen van die oplossing is een probleem.Beelddenken hoort bij mensen. Ieder mens denkt op zijn tijd in beelden. Het relatief te veel in beelden denken, is in de dagelijkse praktijk moeilijk te constateren.  Bij ouders en leerkrachten is  er vaak weinig over bekend waardoor het signaleren en herkennen van het beelddenken moeilijk is. Kinderen die beelddenken kunnen problemen krijgen op school op het gebied van taal, rekenen, tekstbegrip, concentratie en werktempo. De informatieverwerving en – verwerking verloopt bij beelddenkers op een andere manier dan bij de  niet-beelddenkers. Door het vroegtijdig herkennen en erkennen van het beelddenken,  kunnen veel (leer)problemen voorkomen worden. 

Iedereen een beelddenker
Ieder mens is bij zijn geboorte voor 100% een beelddenker. Immers: woorden en zinnen (woordbeelden) kent een baby nog niet. Hij ziet alleen beelden. Gaandeweg de ontwikkeling leren kinderen praten. Klanken worden gekoppeld aan beelden. De stoel waarop je zit, hoort bij de klanken s-t-oe-l. Het kind leert wat er bedoeld wordt bij het uitspreken van woorden en zinnen. Op een gegeven moment roept een bekende klank (drinken) een bepaald beeld op (flesje sap).  Doordat kinderen dit beeld weer kunnen oproepen, zijn zij in staat om het woord dat bij een bepaald voorwerp hoort, te koppelen aan het beeld wat zij ervan hebben. Pas wanneer zij deze vertaalslag in hun hoofd hebben gemaakt, horen zij echt wat er gezegd is. Het beeld is dus, zeker in de beginjaren, een noodzaak om de taal te leren. Kinderen die aanleg hebben voor denken in taal, leren praten door de klanken die zij van volwassenen opvangen te imiteren en passen daarbij al lerende het ordeningsprincipe van volgorde toe. Wat zij vertellen komt in volgorde overeen met hoe volwassenen het vertellen, op volgorde van tijd: verbaal denken. Wanneer dit proces zich goed ontwikkelt, gaat het denken in beelden (non-verbaal denken) steeds verder over in taal  (taaldenken). Rond het tiende jaar heeft dit proces zich voltooid en kun je zeggen of iemand een beelddenker is of een taaldenker. Tot die tijd spreekt men van een ’risicoleerling’.Er zijn ook (relatief weinig) mensen die de mogelijkheid in zich hebben allebei de manieren van denken optimaal te gebruiken en naar gelang de situatie over kunnen schakelen. Doordat beelddenkers een grotere voorkeur hebben voor het visuele hebben zij moeite met het ordeningsprincipe. Ze zien wel meteen wat er gezegd wordt, maar kunnen slecht gericht luisteren. Door de vele beelden die ze zien, gaat het luisteren over in een soort ‘ontdekkend kijken’. Ze passen daarbij het ordeningsprincipe van gelijktijdigheid toe: een beeld heeft immers geen begin en geen eind. Ze zeggen dingen na, zoals ze die in zichzelf horen en luisteren niet goed naar hoe het echt klinkt. Ze vertellen iets wat er een beetje op lijkt en onderscheiden geen letters in woorden en geen woorden in zinnen. Hierdoor krijg je ‘verbasterde’ woorden (aloge voor horloge, stokcontact voor stopcontact) en zinnen die als een geheel worden uitgesproken (wie doetturmee?) De omgeving zal dit in eerste instantie niet opmerken. Vaak pas ontdekt men dit  bij het schrijfonderwijs (dictee, verhalen schrijven).  Iedereen kan in beelden denken, maar er is een verschil tussen beelddenken en beeldvormen. Beeldvormen (=visualiseren) is alleen een eind gebeuren en niet het denkproces zelf. Onder beelddenken verstaan we probleemoplossend bezig zijn. Een beelddenker doet dat in eerste instantie zonder woorden. Om zijn gedachten te kunnen overbrengen moet een beelddenker gebruik maken van woorden, maar dat is verwoorden achteraf. In onze maatschappij lost het merendeel van de mensen zijn problemen met een  analytisch vorm van denken op: een oorzaak-gevolg denken, waarbij de taal niet gemist kan worden.Een beelddenker lost zijn problemen op zonder taal en structuur. Denk maar eens aan een complexe situatie, waarin direct gehandeld moet worden (b.v. met een auto een druk kruispunt oversteken). Er is geen tijd om woorddenkend-redenerend de situatie te overzien om juist te handelen. Je overziet in een flits het geheel en handelt! Er wordt gebruik gemaakt van een vóórtalige denkwijze.Als de taaldenker iets wil vertellen kan hij zich een plaatje voorstellen van een situatie. Hij vormt het beeld dat hem steun geeft om over de situatie te vertellen.De beelddenker bevindt zich in zijn bedachte beeld. Om zijn ruimtelijk beeld te kunnen verwoorden moet hij zichzelf buiten het beeld/gebeuren plaatsen. Hij bekijkt het beeld en verwoordt dan wat hij ‘ziet’. Dit is de enige manier waarop een beelddenker kan communiceren.
Een taaldenker  denkt,  vormt beelden als geheugensteun om iets te vertellen. Hij bedenkt het plaatje bij zijn woorden.Een beelddenker  denkt in beelden als enige mogelijkheid om tot de juiste woorden te komen. Hij moet de woorden bij het plaatje zoeken. 

Problemen
Beelddenkers hebben moeite met het verwerken van seriële informatie (tijd en volgorde). Zij willen informatie simultaan (gelijktijdig) verwerken. In ons onderwijssysteem ligt de nadruk juist voor het grootste gedeelte op seriële informatieverwerking (lezen, spelling, algoritmen en procedures bij rekenen)In groep twee vallen beelddenkende kinderen in dit proces al op. Ze zien en horen niet de woorden met hun afzonderlijke letters, maar de beelden (driedimensionaal) die hen vertellen wat een woord betekent. Ze onthouden niet wat ze zien van een woord (de letters, de schrijfwijze), maar ze onthouden wat ze er van weten (ervaring, gevoel). Het beeld vertelt hen genoeg. De belevenis staat bij beelddenkende kinderen voorop, omdat ze woorden eerst moeten vertalen in beelden om ze te kunnen begrijpen. Klankwoorden die ze niet begrijpen, waar ze geen beeld bij hebben, zullen ze dan ook zo aanpassen dat ze voor hen wel een betekenis krijgen. Aan klanken die ze wel begrepen hebben, voegen ze de essentie van de belevenis toe die ze erbij hebben. Alles wat beelddenkers willen vertellen, speelt zich van tevoren in hun hoofd af. Het nadeel daarvan is dat ze de beelden achteraf moeten vertalen in woorden. Dit maakt het voor hen heel erg moeilijk om een goed samenhangend verhaal te vertellen. Wat heb je verteld en wat niet, waar begin je met vertellen en wat is dan het einde van je verhaal? Een beeld heeft namelijk geen begin en geen eind. Een verhaal wel. Daar komt ook nog eens bij, dat woorden waar beelddenkers geen beeld bij kunnen vormen (lidwoorden, abstracte zelfstandig naamwoorden,  bijvoeglijk naamwoorden etc.) niet vaak gebruikt zullen worden tijdens het spreken en schrijven, omdat deze zonder beeld voor hen geen betekenis hebben. In geschreven verhalen, zullen deze dan ook vaak ontbreken.  

Snel denken
Beelddenkers zoeken naar overeenkomsten. Ze voegen nieuwe informatie toe aan hetgeen ze al weten of hebben ervaren. Er zit als het ware een kapstok in hun hoofd met referentiekaders, waar nieuwe dingen aan worden opgehangen. Het beeld in hun hoofd wordt daardoor telkens groter en meer omvattend en… chaotischer. Er zit geen echte structuur in. Nieuwe informatie blijft dan ook beter beklijven als er een overeenkomst gevonden wordt met vroegere ervaringen en/of kennis.Wanneer je in taal denkt, kun je per seconde ongeveer 2 à 3 individuele woorden vormen, terwijl beelddenkers tot 32 individuele beelden kunnen vormen. Dat betekent dat een beelddenker tot 16 keer zoveel gedachten per seconde verwerkt.Het is voor beelddenkers echter niet mogelijk om al deze beelden afzonderlijk waar te nemen. (Denk maar eens aan de losse ‘shots’ van een film: die kun je niet van elkaar onderscheiden). Beelddenkers zien 32 beelden per seconde, wat betekent dat ze onderbewust zijn. Ze zijn zich door dit alles niet bewust van het proces dat zich in hun hoofd afspeelt, en geven daardoor antwoorden op vragen zonder te weten waarom dat het antwoord op de vraag is. Uit de vele onderzoeken die in Amerika en Nederland zijn gedaan, ook op het gebied van de cognitieve neurowetenschappen, blijkt dat ieder mens in meer of mindere mate in beelden denkt. Verbaal of non-verbaal denken wordt mede bepaald door de genen, de omgeving waarin je opgroeit, maar heeft zeker ook te maken met je eigen voorkeur en het onderwijs wat je genoten hebt. Scholen die al vroeg signaleren, kunnen kinderen helpen de overstap te maken naar het talige denken dat zo hard nodig is in het vervolgonderwijs. Als een kind niet wordt begeleidt, zal het zijn eigen voorkeursdenken blijven volharden en meer en meer vastlopen in school en maatschappij.  Een dyslexieverklaring is dan vaak (ten onrechte) het enige dat bereikt is.  

Boeken en opleidingen
Het boek ‘Beelddenken in de praktijk’ dat al jaren in scholen wordt gebruikt, is voortgekomen uit de gelijknamige studiedag, bestemd voor leerkrachten, logopedisten en onderwijskundigen, waar wordt ingegaan op de theorie en achtergronden van het beelddenken. Tevens wordt er die dag inzicht gegeven in de mogelijkheden en basisregels van het Wereldspel, het enige onderzoeksinstrument voor het beelddenken. Een unieke, zinvolle en leerzame dag voor iedereen die het beste uit zijn leerling(en) wil halen.




Geplaatst 26 Augustus 2010, 22:18

'Beelddenken en de basisschool'




Tijd en volgorde

In ons onderwijs ligt de nadruk vooral op seriële informatieverwerking (lezen, spellen, algoritme en procedures bij rekenen). Beelddenkers hebben hier moeite mee. Zij willen de informatie simultaan (gelijktijdig). In groep 2 vallen beelddenkende kinderen in dit proces al op. Ze zien en horen niet de woorden met hun afzonderlijke letters, maar de beelden die vertellen wat het woord betekent. Ze onthouden niet wat ze zien van een woord, maar ze onthouden wat ze ervan weten.

Eigen taalgebruik

Beelddenkende kinderen passen woorden aan die voor hen geen betekenis hebben. Aan klanken die ze wel begrepen hebben voegen ze de essentie van de belevenis toe die ze erbij hebben. Bijvoorbeeld: botaniseertrommeltje wordt steevast boterham-marcheer-trommeltje genoemd. Je loopt er immers mee door de natuur en je boterham zit erin.

Beelddenkende families kunnen zo een geheel aan eigen woordenschat opbouwen die alleen zij begrijpen.

Beelddenkers vertalen ervaringen in klanken en woorden die ze in beelden kunnen weergeven. Op grond van hun beelden komen beelddenkers tot conclusies, waarbij een grote woordenschat niet belangrijk is. Alles wat zij willen vertellen speelt zich in hun hoofd als af in beelden. Het nadeel is dat ze deze beelden achteraf in woorden moeten vertalen. Een goed samenhangend verhaal vertellen is dus erg moeilijk. Waar begin je en wanneer is het afgelopen? Een beeld heeft geen begin en geen eind, een verhaal wel. Doordat beelddenkers hun eigen taalgebruik ontwikkelen en gebruiken is het voor andere moeilijk om te volgen wat er wordt verteld.

In geschreven verhalen zullen woorden waar geen beeld bij te vormen valt niet veel voorkomen of ontbreken. Wanneer een beelddenker zijn eigen verhaal voorleest dan worden deze betekenisloze woorden wel opgelezen terwijl ze er niet staan. Hij vertelt zijn verhaal dus via zijn geheugen.

Het controleren van hun eigen verhaal op spellingsfouten is dan ook heel erg moeilijk. Ze lezen niet wat er staat maar het verhaal dat er in hun hoofd afspeelt. Ze lezen wat ze denken dat er staat.

Snel denken

Beelddenkers zoeken naar overeenkomsten. Ze voegen nieuwe informatie toe aan dat wat ze al weten of hebben ervaren. Het beeld in hun hoofd wordt daardoor telkens groter en meer omvattend en chaotischer. Er zit geen structuur in.

Wanneer je in taal denkt kun je per seconde ongeveer 3 a 4 beelden per seconden vormen. Een beelddenker denkt tot 32 individuele beelden per seconden. Dat betekent dat een beelddenker 16 keer zoveel gedachten per seconden verwerkt. Deze beelden kan een beelddenker niet allemaal afzonderlijk waarnemen. De 32 beelden per seconden worden onbewust bekeken. Hierdoor zijn ze zich niet bewust van het proces, van hoe ze tot een antwoord gekomen zijn.

Eigen werkelijkheid

Beelddenkers denken met al hun zintuigen. Ze zien, horen en voelen wat ze denken. Hierdoor kunnen ze ervaren wat er in hun hoofd afspeelt.

Door deze manier van denken kunnen ze gedesoriënteerd raken: ze zien niet waarnaar ze kijken, maar wat ze denken. Ze kunnen dingen in hun hoofd driedimensionaal bekijken. Ze kunnen dingen vanuit allerlei oogpunten bekijken. Ze hebben hierdoor een heel goed ruimtelijk inzicht (dit blijkt uit een onderzoek van Nel Ojemann)

Het onderwijssysteem

Ons onderwijssysteem is verbaal en sequentieel ingesteld. Beelddenkers verwerken de informatie met al hun zintuigen tegelijk: horen, zien, voelen, doen en ruiken. Alleen op deze manier zijn ze in staat een beeld te vormen bij de stof, het te verwerken en te onthouden. Op de meeste basisscholen is de manier van lesgeven veel gericht op het verbale (de leerkracht vertelt/legt uit). Beelddenkers willen liever de dingen zien en doen.

Werktempo

Beelddenkers hebben heel veel tijd nodig om alle informatie in hun hoofd te vertalen naar een beeld en dat beeld weer om te zetten in woorden. Instructie en uitleg gaan voor beelddenkers veel te snel, ze kunnen er geen beeld bij maken waardoor ze de informatie niet begrijpen en op achter raken.

De leesmethoden zijn bijna allemaal analytisch, terwijl de beelddenkers bij de verschillende letters (los aangeboden) geen beeld hebben. Woorden hebben voor hen betekenis, een beeld, maar bij letters kunnen ze geen beeld vormen.

Pedagogisch klimaat

De sfeer in de klas beïnvloedt het al dan niet krijgen van leerproblemen, omdat beelddenkers hiervoor erg gevoelig zijn. Als het pedagogische klimaat in de klas niet goed is, zal dit waarschijnlijk negatieve invloed hebben op de prestaties van de beelddenker.

Door inzicht te hebben in het denkproces van de beelddenkers en hier op in te springen kan je veel problemen voorkomen en begeleiden. Wanneer je zorgt voor een goed pedagogisch klimaat, waarin de kinderen zich veilig voelen, wordt een positief ontwikkelingsklimaat geboden. Belangrijk is dat je als leerkracht weet dat de beelddenkers anders denken en dat je weet hoe je daarmee om kan gaan.

Ordening en structuur

De omgeving en de leerstof moeten voor de beelddenker heel duidelijk geordend zijn. Bij het spreken moet de leerkracht er op letten dat hij duidelijk spreekt en niet te snel. Op die manier kan de beelddenker de informatie goed verwerken. Houdt de instructie kort, maar heel duidelijk. Zorg ervoor dat er niet te veel informatie in een keer wordt gegeven.

Een beelddenker wil
graag het geheel zien
.

Biedt leerstof aan doormiddel van: zien, horen en voelen. Geef het kind alvast een beeld erbij zodat hij dat zelf niet hoeft te bedenken. Op deze manier ervaart de beelddenker de leerstof. Voorbeelden van hoe te handelen zijn daarbij erg belangrijk. Details in opgave moeten duidelijk worden gemaakt, omdat beelddenkers die dingen over het hoofd zien. Probeer je methode aan te passen aan de leerling. Verander af en toe opdrachten of sla opdrachten over en biedt het op een andere manier aan. Wanneer je wilt dat de beelddenker tot leren komt is het belangrijk dat de beelddenker ervaart wat het nut is van de aangeboden stof.

Sta het eigen, meestal verkorte woordgebruik van de beelddenker toe en breidt het uit. Geef de beelddenker de kans om zich uit te kunnen drukken, ook al is dat in zijn eigen taalgebruik. 

Stimuleren

Positief stimuleren en belonen is vooral voor beelddenkers van groot belang. Onthoudt daarbij dat beelddenkers alles letterlijk opvatten, grapjes zijn voor hen niet altijd leuk.

Geef negatieve feedback altijd taakgericht en niet persoonsgericht. Wanneer je persoonsgerichte feedback geeft kan een leerling faalangst ontwikkelen. Positieve feedback kan zowel persoonsgericht als taakgericht. Dit bevordert een positief zelfbeeld.

Trucjes en dingen uit het hoofd leren, hebben weinig effect. Beelddenkers leren door te verwerven van inzicht en doorzicht in materie. Geef goede feedback op fouten. Laat ze zelf nakijken en zo de fouten ontdekken. Leg de fouten die gemaakt zijn uit zodat ze begrijpen wat ze fout deden en hoe ze dat de volgende keer wel moeten doen.

Inzicht in het eigen denkproces en in de oplossingsstrategieën zijn van belang om het proces wat er in hun hoofd afspeelt te kunnen begrijpen en er vat op te kunnen krijgen.

Laat beelddenkers hun eigen oplossingsstrategie gebruiken. Meestal werken de aangeboden strategieën niet. Zoek samen met de beelddenker naar een voor hem passende en kloppende strategie.

Probeer de relatie tussen de leerkracht en de beelddenker heel open te houden. De beelddenker moet weten dat hij door zijn manier van denken het een en ander wel niet zo goed kan. Hierdoor kan hij ook gaan begrijpen waarom hij sommige dingen anders moet aanpakken. De leerkracht zorgt ervoor dat de beelddenker niet gaat denken dat hij dom is.

Lezen in groep 1 en 2

Wanneer beelddenkers moeten leren lezen is het belangrijk te begrijpen dat schrijven aan lezen vooraf gaat. Op die manier begrijpt een beelddenker het doel van de letters die hij leert. De letters krijgen een betekenis, want als je ze opschrijft kan iemand anders of de beelddenker zelf lezen wat er staat. Om iets te kunnen lezen, moeten de te lezen stukken eerst geschreven worden. Daarom is het belangrijk, dat letters bij het leren lezen centraal gesteld worden.

Kinderen ontwikkelen zich naar hun eigen kunnen.

 
De oren blijven
achter bij de ogen.
 

Methodes en begeleiding van de leerkracht spelen daarin een ondergeschikte rol. De ontwikkelingsprocessen van kinderen lopen niet synchroon. Kinderen bevinden zich in verschillende fasen van het taal-leesproces.

Om goed aan te sluiten bij het ontwikkelingsproces van kinderen is het heel belangrijk te differentiëren. Door goed te observeren, kun je ontdekken in welke fase van het taal-leesproces kinderen zich bevinden. Als leerkracht kun je richting geven aan de ontwikkeling van deze fasen, door de juiste materialen op tijd aan te bieden.

Bij families waar veel familieleden beelddenkers zijn, zullen vaak de meest rare woorden gebruikt worden. Deze families bedenken hele nieuwe woorden of verbasteren woorden. Doordat er veel als beelddenker denken, zal dit als "normaal" worden ervaren omdat vele in die familie zo denken.

Wanneer een beelddenker een woord verkeerd uitspreekt is het belangrijk dit direct te corrigeren. Dit voorkomt dat de beelddenker het woord verkeerd onthoudt. Beelddenkers zien de bewegingen van de mond van een ander persoon niet wanneer die praat. Hierdoor gebruiken ze niet alle spieren in de mond en articuleren ze niet/weinig.

Verkleind lettersysteem

Het verkleind lettersysteem (ontwikkeld/bedacht door Bureau Ojemann) is een preventief om met "risicoleerlingen" uit groep twee aan het werk te gaan. Risicoleerlingen zijn kleuters die met name door hun manier van informatieverwerking en –verwerving uit de boot dreigen te vallen binnen ons onderwijssysteem.

Het is belangrijk om deze kleuters vroegtijdig te signaleren, zodat een begin kan worden gemaakt met het voorbereidend lezen door middel van het verkleind lettersysteem.

In groep 1/2 staat de ontdekking van de letter naar de klank en het teken centraal ter voorbereiding van het leren lezen.

Het doel van het verkleind lettersysteem is om elke kleuter de gelegenheid te geven op zijn eigen wijze en tijd het lezen te laten ontdekken als communicatiemiddel.

Halverwege groep twee kunnen kleuters zich met dit systeem vast voorbereiden op het aanvankelijk en technisch leesonderwijs in groep drie. Door de kleuters kennis te laten maken met de verschillende fasen in het leesproces krijgen zij in groep drie uiteindelijk een voorsprong van enkele maanden. Dit kan net dat steuntje in de rug zijn voor de trage starters. Er wordt met zes geselecteerde letters plus twee letters uit de eigen naam gewerkt. De aanbevolen letters zijn: oo – m – k – a – t – s en daarbij twee letters uit de eigen naam van het kind om de herkenbaarheid te vergroten.

Deze letters kan je multifunctioneel intrainen (methode Fernald). Dit betekent dat er gebruik wordt gemaakt van alle functies/leeringangen van het kind: visueel, auditief, tactiel, motorisch en ritmisch. Op deze manier doorlopen de kinderen de verschillende fasen van het leesproces:

1. Oriënteringsfase
Door het lezen te laten ontdekken als communicatiemiddel, wordt de behoefte opgewekt om te leren lezen. Te denken valt hierbij aan rijmen, voorlezen, spontaan woordjes leggen, letters natekenen, letters overtrekken, letters uitprikken, letters stempelen. Kinderen kunnen zelf nog niet lezen, maar ervaren de woorden die zij maken wel gelezen kunnen worden.

2. Overgangsfase
Door de leesvoorwaarden spelenderwijs te oefenen, wordt de wil ontwikkeld om te leren lezen. Het kind gaat gericht het materiaal verkennen door te categoriseren, te rubriceren, te groeperen en te vergelijken. Het kind ontwikkeld de wil om te leren lezen.

3. Systematische fase
De fase waarin wordt overgegaan op de leesmethode. De kinderen zijn beland op een dusdanig niveau dat zij in staat zijn om te leren lezen.

4. Oefenfase
Gebruik alle hulpmiddelen van het lichaam om dingen te leren: zien, proeven, voelen, ruiken, horen. Deze fase is bedoeld om de leervaardigheid in te oefenen, De kinderen willen kunnen communiceren en dat zorgt ervoor dat zij blijven kezen. De aangeboden stof moet de kinderen stimuleren.

Lezen in groep 3

Het blijkt dat er rond de kerst nog altijd kinderen zijn die niet mee kunnen komen met de leesmethode. Het kan helpen om tijdelijk een andere leesmethode te gebruiken of individuele hulp te geven via bijvoorbeeld de RT. Wanneer kinderen in het voorjaar in groep 3 nog steeds moeite hebben met de leesmethode kan je zien als risicoleerlingen.

Bij beelddenkers is het automatiseren van de letters het grootste probleem. Slimme beelddenkers onthouden de woorden in hun geheel (het woord boom kunnen ze lezen, want het woord heeft twee rondjes) of ze anticiperen op de tekst omdat ze de context goed kunnen gebruiken. Deze kinderen komen meestal ongemerkt in groep 4, ze kunnen eigenlijk niet lezen, maar zijn gewoon slim.
 

Beelddenkers zien de letters in 3d, het beeld draait rond waardoor de letter veranderd van vorm maar ook van betekenis

Wanneer je woorden als boom en boot naast elkaar plaatst of je laat deze kinderen niet bestaande woorden (pseudo-woorden) lezen, dan vallen deze kinderen door de mand. Ze kunnen nu niet afgaan op de context of de herkenbare delen van een woord.

Op de meeste scholen wordt het AVI niveau bepaald door het lezen van bestaande woorden. De KLEPEL-leestest gebruikt pseudo-woorden. Deze test is aan te raden zodat de slimme gokkers en raders hiermee door de mand vallen en je de kinderen op een andere manier kan/moet gaan helpen.

Bij de methode Het Leeshuis gebruiken ze ook geen vaste woorden. De ervaring leert dat het snel "goochelen" met de geleerde letters lezen bevordert. Je krijgt immers geen kans om woorden te raden/gokken. Je moet ze echt lezen als je wilt weten wat er staat.


Spellen

Kinderen kunnen in het begin veel moeite hebben met het leren spellen en schrijven tegelijk. Door te beginnen met het stempelen van woorden kunnen deze problemen voorkomen worden. Daarnaast is het stempelen een goede oefening in het verkennen van de lettertekens, door het zoeken en terugplaatsen op de juiste plek in de stempeldoos.

Er zijn drie soorten woorden:

Luisterwoorden (fonetische woorden)
(balkon, voetbal) Dit zijn woorden die je kunt beluisteren. Je schrijft wat je hoort. Beelddenkers hebben hier weinig moeite mee.

De volgorde van de letters in een woord maar ook de volgorde van de woorden in een zin, spreekt niet echt aan. Het plaatje in hun hoofd is toch duidelijk?!?

Regelwoorden
(woorden waarvan de spelling aan een regel verbonden is)
(brood, wordt) Deze woorden zijn te leren en zullen uiteindelijk geen problemen opleveren.

Leerwoorden
(trein, hout, vogel, fiets) Deze woorden bevatten elementen die je gewoon moet onthouden/leren. Hiermee hebben beelddenkers de meeste moeite. Alleen door bij deze woorden een beeld te maken zal de schrijfwijze worden geautomatiseerd.

Laat de kinderen de spellingsregel zelf ontdekken, zodat ze de regel gaan begrijpen en ze dus ook instaat zijn om de regel toe te passen. Op deze manier krijgen ze inzicht in de structuur van de taal, ze ontdekken dat spelling niet zo moeilijk is en dat er logica achter zit.

Je kunt een woordlijst aanleggen, zodat de kinderen de overeenkomsten gaan ontdekken tussen de verschillende woorden. Zijn er meer woorden met een ei of een ij? Staat de f meestal vooraan in een woord of in het midden? Zijn er meer woorden met de ou of de au?

Je kunt de kinderen ook zelf woordlijsten laten aanleggen onder kapstokwoorden.

Rekenen

Rekenen is een specifieke vorm van denken. Je kunt sturend handelen in het verwerven van de rekenvoorwaarden. Leren denken, leren ordenen van ervaring, leren relaties aan te brengen tussen ordeningen kan worden gestimuleerd.

Een beelddenker heeft moeite met het verwerken van seriële informatie. Dat is informatie waarbij volgorde (sequentie) en tempo (tijd) belangrijk zijn.

Om het rekenen te kunnen leren moet een beelddenker zicht de volgende begrippen eigen maken:

    - Tijdsbesef
    - Sequentie, de wijze waarop de dingen elkaar opvolgen
    - Orde, de dingen op de juiste plaats, in de juiste positie en in de juiste omstandigheden/procedures


Wanneer ze deze drie begrippen beheersen dan kunnen ze met tellen beginnen. Wanneer kinderen deze drie begrippen niet beheersen, wordt het leren rekenen beperkt tot het uit het hoofd leren. De mate waarin zijn het rekenen kunnen aanwenden, wordt beperkt door hun vaardigheid om de uit het hoofd geleerde strategieën te onthouden.

Beelddenkers werken op zicht en doorzicht, pas dan kunnen ze leren. Ze verwerken informatie simultaan. Beelddenkers zien de gehelen en van daaruit werken ze.

De beelddenker mist het inzicht in de temporele ruimte (verleden en heden) en de sequentiële ruimte (de volgorde van gebeurtenissen). Dit kan problemen geven bij:

    - Op tijd komen, klokkijken (geen horloge om hebben)
    - Dagen van de week
    - De maanden, seizoenen, jaarverdeling
    - De dagindeling (ochtend, middag, avond, nacht)
    - Begrippen als gisteren, morgen en vandaag
    - Onthouden van procedures



Geplaatst 14 Februari 2010, 19:31

'Boek 'De kreacht van beelddenken''




De kracht van beelddenken
Een creatieve manier om koers te bepalen voor individu, team en organisatie.
Ghislaine Bromberger
2de druk
192 pagina's - 24,90 Euro
Uitgeverij Nelissen
http://www.nelissen.nl

Met behulp van beelddenken wordt in dit boek het proces beschreven om op een creatieve wijze persoonlijke doelen en behoeftes, teamdoelen en behoeften en de doelen van de organisatie op het spoor te komen. Beelddenken is een wijze van bewustzijn dat ratio en intuïtie in verband brengt met elkaar waardoor je koers kunt bepalen.

De auteur presenteert een zevenstappenmethode die het proces ondersteunt. Praktisch uitvoerbare oefeningen worden aangereikt. De levendig verbeelde toekomst ondersteunt het kiezen en het handelen om - met de juiste koers - de visie te realiseren. De oefeningen kunnen op verschillende wijzen in zelfontworpen workshops, trainingen of coachtrajecten worden ingevlochten. Een afsluitend hoofdstuk geeft praktische tips waarmee trainingen kunnen worden verrijkt en ondersteund.

Het boek is geschreven voor veranderkundigen: professionals, docenten en trainers-in-opleiding die met mensen werken, individueel en in organisaties.

Ghislaine Bromberger startte haar carrière als crimininologe/agoge. Daarna combineerde zij een docent-/trainerschap in het HBO met een Gestalttherapeutische praktijk. Zij doceerde Kennis van het Culturele en Maatschappelijk Leven, Politicologie en Cultuursemiotiek. Ten slotte richtte zij haar aandacht op het ondersteunen van de persoonlijke en beroepsmatige ontwikkeling van individuen en teams, die hun creativiteit en veranderingsgezindheid willen ontplooien.

Inhoud (verkort)

Inleiding

Deel I Beelddenken: achtergronden, mogelijkheden en methodische aspecten


1. Wat beelddenken is en het nut ervan
1.2 Gericht beelddenken
1.3 Waarom beelddenken zinvol is en unieke mogelijkheden heeft
1.4 Beelddenken en je professionele ontwikkeling
1.5 Didactische basisprincipes en verantwoording

2. Voorwaarden om beelddenken te ondersteunen
2.1 Een open houding
Oefening 2.1: Een sprookje lezen
2.2 Ontspannen
Oefening 2.2: Ontspannen
2.3 Kijken en zien
Oefening 2.3: Starten
Oefening 2.4: Appel
2.4 Waarnemen en gewaarworden
Oefening 2.5: Bewust wandelen
Oefening 2.6: Beeld waarnemen
Oefening 2.7: Objectief en subjectief waarnemen
2.5 Concentratie op een klein voorwerp
Oefening 2.8: Concentratie op een klein voorwerp
2.6 Waarnemen aanvaarden
Oefening 2.9 Weerstanden ervaren

3. Beelddenken ontwikkelen en benutten als persoon, team en organisatie
3.1 Persoonlijke ontwikkeling
3.2 Teamontwikkeling en het bijzondere van groepsbeelddenken
3.3 Organisatieontwikkeling

4. De zevenstappenmethode
4.1 Beschrijving van de zeven stappen
4.2 Concretiseren en implementatieplan maken
4.3 Een voorbeeld van een concrete toepassing

Deel 2 Praktisch oefenmateriaal

5. Oefeningen voor persoonlijke professionele ontwikkeling
Stap 1: Er is een uitnodiging om op onderzoek te gaan (Rome)
Oefening 5.1: Introductieoefening een krachtmoment
(...)
Stap 7: De boeddhistische methode als afsluiting (de topsporter)
Oefening 5.29: boeddhistische methode

6. Koersbepalen voor een team: de zevenstappenmethode bij een teambuildingsproces

7. Organisatieontwikkeling en visiebepaling

Deel 3 De trainer

8. Begeleiden van beelddenksessies

Literatuur
Illustratieverantwoording




Geplaatst 14 Februari 2010, 19:17

'Beelddenken en ruimtelijk inzicht'




Beelddenken is nauw verwant met ruimtelijk inzicht en wordt gesitueerd in de parietaalkwab van de hersenen.

Beelddenken is het denken in beelden en gebeurtenissen. Je zou kunnen zeggen dat het ruimtelijk denken is. Een voorbeeld: als iemand een beelddenker vraagt wat die ergens van vindt, ziet de beelddenker een compleet plaatje voor zich. De beelddenker vraagt zich af waar te beginnen met deze veelheid van informatie en aarzelt. Gevolg: de communicatie verloopt stroever.

Ook wordt gesproken over "zintuiglijke" aanpak, daarmee komen niet alleen zicht, maar ook tast en gehoor in het "plaatje" over beelddenken.

Nu is het zo dat wij allemaal in meer of mindere mate in beelden denken. Echter bij een klein aantal mensen is sprake van consequent beelddenken. Deze manier van denken heeft zowel voor- als nadelen. Een voordeel is dat beelddenkers complexe situaties in een oogopslag overzien. Het is een hele vlugge manier van denken. Een nadeel is dat ze, datgene wat ze overzien, niet altijd even vlug en makkelijk in taal of in getallen kunnen omzetten. Daardoor zijn ze soms moeilijk te volgen voor anderen.

Beelddenken is een theorie over menselijke cognitie. Volgens deze theorie zouden zogenaamde beelddenkers een fundamenteel andere cognitieve stijl hebben dan normale talige denkers. Beelddenkers denken, zoals het woord al zegt, in beelden en dit brengt, volgens de aanhangers van de theorie, een coherent complex van gevolgen met zich mee.

Mensen met deze hyper "sensorische ingesteldheid" nemen vaak meer waar dan mensen zonder deze 'afwijking'. De wisselwerking van duidelijk waarnemen en efficiënte verwerking ervan, is veelal de basis voor beelddenkers.

Eigenschappen die beelddenkers vaak zouden hebben zijn:

    Problemen bij het onthouden van (voor hun) abstracte letterketens, zoals namen. Van het 'abstracte' kan geen beeld gevormd worden. Problemen bij het uitleggen van door hun bedachte concepten. De uitleg is dan meestal een beperkte verwoording van denkbeelden. Meestal wordt vanuit 'grote lijnen' gedacht en worden verbanden gezien waar ze geen adequate bewoording voor kunnen vinden. Het schrijven van teksten in een zeer 'kronkelige' stijl. Doordat vaak grotere gedachtensprongen worden gemaakt vinden woorden moeilijk samenhang, zijn zinnen losstaand en zonder verband. De natuurlijke aanleg om gelezen zinnen 'in één keer in zich op te nemen' in plaats van zinnen woord voor woord te lezen (snellezen ). Maar als hen wordt gevraagd voor te lezen dan lezen ze vaak iets anders dan wat er letterlijk staat. De beelden die door bepaalde zinnen opgeroepen worden, zijn al achterliggend aanwezig bij bepaalde woordcombinaties. Het vermogen om moeiteloos de locaties en relatieve posities te onthouden van objecten die ze ergens geplaatst hebben. Het 'fotografisch korte termijngeheugen' kan eerdere situaties en momenten bijna exact oproepen.
    Het vermogen om schijnbaar intuitief conclusies te trekken die met lineair denken moeilijk te bereiken zijn. De intuïtie wordt opgebouwd naar eerdere conclusiegerichte gedachtengangen.(wellicht dat er hier in plaats van intuitie over circulair gesproken dient te worden) Een doorgaans bovenmaatse creativiteit die zich in alle mogelijke gebieden kan uiten, niet alleen in de beeldende kunst, maar in alle activiteiten waar enig visionair vermogen tot uitdrukking kan komen (beschouwende wetenschap, zakenwereld, filosofie...). Beelddenkers zouden vaak ook een beter ruimtelijk inzicht en gevoel hebben. Alleen kan het lineair verwoorden soms problematisch zijn.

Onvermogens

In de praktijk worstelen vermeende beelddenkers ook vaak met hun onvermogens. Doordat ze leven in een wereld waarin de meeste mensen primair 'taaldenkers' zijn, wordt ook van hen verwacht dat ze een zekere competentie in het denken in taal hebben. Daarbij geeft het onthouden van weinig-voorkomende woorden, zoals de namen van mensen, hen vaak problemen. Kinderen die beelddenkers zouden zijn hebben dan ook extra hulp nodig om te leren lezen als een taaldenker. Zij lijken ook trager te leren, omdat zij inwendig op hun manier veel meer tegelijk leren, verbanden die anderen niet zien.

Verder hebben zij vaak ook meer tijd nodig dan anderen om hun ideeën 'op een rijtje te zetten', omdat ze veel meer aspecten tegelijk van iets zien en verwerken in hun eigen 'multi-dimensionaal denkmodel'. Voor anderen is het dan vaak niet helemaal duidelijk wat bedoeld wordt. Dus op gebied van communicatie wordt van hen een extra inspanning en inleving gevraagd.

Veel meer dan 'taaldenkers' zouden beelddenkers op een intuïtieve manier tot een conclusie komen. Zij zouden niet met behulp van taal redeneren, maar door met logische/grafische symbolen op een non-lineaire manier te manipuleren conclusies trekken.  Zij zouden het antwoord op een probleem "voor zich zien".

Ruimtelijk inzicht is wel een typische gave voor zogenaamde beelddenkers omdat die in staat zijn vele dimensies van een werkelijkheidsobject tegelijk te 'zien' en te evalueren, zonder daarbij noodzakelijk via woorden te hoeven gaan.

Degenen met visuele/ruimtelijke intelligentie hebben een uitzonderlijke waarneming van locatie en/of oriëntatie ten opzichte van andere voorwerpen en geven blijk van een scherp visueel bewustzijn.






Meer berichten

OnderwerpToegevoegd
Beelddenken in de praktijk 26 Augustus 2010, 22:50
Beelddenken en de basisschool 26 Augustus 2010, 22:18
Boek 'De kreacht van beelddenken' 14 Februari 2010, 19:31
Beelddenken en ruimtelijk inzicht 14 Februari 2010, 19:17
Voor- en nadelen van beelddenken 14 Februari 2010, 13:14
Wiskundige helpt beelddenkers 14 Februari 2010, 13:09




Combell - hosting, webhosting domeinnaam
© 2000-2018 - 2link.be